Bankzaken

kopfoto-bankzaken

Veel voorkomende bankzaken gaan over bijzonder beheer, opschorting/opzegging van het krediet of beëindiging van de bankrelatie. De klant kan dan een beroep doen op de zorgplicht van de bank.
Voor MKB-ondernemers kan ook de NVB Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van belang zijn.

Bijzonder Beheer
Een bank kan klanten met een krediet overbrengen naar bijzonder beheer als de klant niet meer aan zijn verplichtingen uit het krediet kan voldoen of de bank denkt dat die situatie in de toekomst kan ontstaan.
De bank mag de klant niet zomaar overhevelen naar bijzonder beheer. Zij zal de klant hierover schriftelijk moeten infomeren en de redenen hiervoor moeten aangeven. Ook zal de bank moeten uitleggen hoe het verdere traject eruit ziet en wie het (nieuwe) aanspreekpunt is voor de klant. De afdeling bijzonder beheer heeft als taak de kredietrisico's voor de bank te verminderen. Hiervoor wordt eerst gekeken of de financiële situatie van de klant kan worden verbeterd, eventueel na het uitvoeren van een reorganisatie (Herstructurering/Restructuring). Ook de klant heeft belang bij verbetering van zijn financiële situatie en herstel van de winstgevendheid. De bank vraagt vaak om een herstelplan waarin ook financiële prognoses worden opgenomen. Daarnaast kan de bank proberen om meer zicht te krijgen op de kredietrisico's en om deze te verminderen door de klant te vragen (i) zekerheden opnieuw te laten taxeren, (ii) vaker financiële informatie aan te leveren, (iii) extra zekerheden te stellen voor het krediet, (iv) eigen vermogen bij te storten of (v) een deel van de schuld af te lossen, zonodig met geld van een andere financier of uit de verkoop van bezittingen. Daarnaast zal de bank de rente kunnen verhogen vanwege het (vermeende) hogere kredietrisico, een bijzonder beheer fee in rekening kunnen brengen en de kosten van eventuele externe adviseurs kunnen doorbelasten. Soms vraagt de bank zelfs om benoeming van een interim manager bij de klant en wil zij invloed krijgen op belangrijke besluiten binnen de onderneming. Het spreekt voor zich dat deze maatregelen steeds redelijk en proportioneel moeten zijn in verhouding tot het (vermeende) kredietrisico. Ook zal de bank hierover voldoende overleg met de klant moeten voeren, goed bereikbaar moeten zijn voor de klant en gemaakte afspraken moeten bevestigen. De klant kan de bank aanspreken op deze zorgvuldigheidseisen.

Opschorten en opzeggen krediet
Wanneer de bank het kredietrisico te groot vindt, kan zij het krediet opschorten en/of opzeggen. Opschorten wil zeggen dat de klant niet meer kan trekken onder de bestaande kredietfaciliteiten. Opzegging betekent dat het krediet wordt beëindigd en dat de klant dit volledig moet terugbetalen. De bank zal zich dan vooral richten op het binnenhalen van zoveel mogelijk geld (Afwikkeling/Recovery). Het is duidelijk dat een klant hierdoor acuut in financiële problemen kan komen. Via een kort geding procedure kan hij dan proberen om uitvoering van trekkingsverzoeken en/of voortzetting van het krediet af te dwingen. De algemene bank- en kredietvoorwaarden van de bank maken het meestal mogelijk om een krediet tussentijds op te schorten of te beëindigen. Wel moet de bank hierbij zorgvuldig handelen. Ook moet het belang van de bank bij opschorting of opzegging in redelijke verhouding staan tot het belang van de klant bij voortzetting. Zorgvuldig handelen houdt in dat de bank de opschorting of opzegging moet motiveren, zich daarbij moet baseren op juiste gegevens en tevoren voldoende overleg moet hebben gevoerd met de klant en hem tijdig moet hebben gewaarschuwd. Gewekte verwachtingen dient de bank uiteraard ook na te komen, bijvoorbeeld een eerdere toezegging om de uitkomst van gesprekken over herfinanciering of bedrijfsovername af te wachten.  Van onevenredige benadeling van de klant kan sprake zijn als de klant door de opschorting of opzegging failliet dreigt te gaan, terwijl de bank anderzijds over voldoende zekerheden beschikt en ook verder geen noemenswaardige toename van het kredietrisico is te verwachten. In die gevallen kan van de bank worden gevraagd dat zij het krediet in ieder geval gedurende een redelijke tijd voortzet zodat de klant voldoende mogelijkheid heeft om ergens anders nieuwe financiering te vinden. Aan de andere kant zal de rechter een beëindiging van het krediet vaak wel toestaan als de klant zelf ernstig tekort schiet in zijn eigen verplichtingen, bijvoorbeeld door belangrijke informatie achter te houden of gelden of activa aan verhaal te onttrekken. Ook wanneer sprake is van een groot of snel toenemend kredietrisico zal de rechter een beëindiging op korte termijn vaak wel aanvaardbaar vinden. Denk bijvoorbeeld aan sterk toenemende waardedaling van zekerheden of snel oplopende verliezen. Wanneer de bank het krediet beëindigt, zal zij vaak op grond van de algemene voorwaarden een vergoeding van de klant vragen wegens vervroegde aflossing. In de rechtspraak wordt soms aangenomen dat dit een opzegging alsnog onrechtmatig kan maken. De bank doet er dan goed aan af te zien van deze vergoeding of deze te matigen.

Beëindiging van de bankrelatie
Steeds vaker beëindigen banken de relatie met klanten omdat zij bang zijn voor hun reputatie. Soms is de bank daartoe ook wettelijk verplicht. In de algemene bankvoorwaarden staat een algemene opzeggingsbevoegdheid van de bank. Bij de opzegging moet de bank zich wel houden aan de zorgplicht en aan de eventueel afgesproken (of anders een redelijke) opzegtermijn. Een opzegging per direct zal alleen in uitzonderlijke omstandigheden zijn toegestaan, bijvoorbeeld wanneer duidelijk is dat de klant zijn bankrekening of andere bankdiensten gebruikt voor het plegen van strafbare feiten zoals fraude. Hierbij moet het dus gaan om concrete feiten die aan deze specifieke klant kunnen worden toegerekend. Het enkele feit dat de klant werkzaam is in een branche die gevoeliger is voor strafbare feiten is niet voldoende voor een beëindiging. Banken gaan ook steeds vaker over tot beëindiging van de relatie omdat de klant niet (volledig) voldoet aan informatieverzoeken van de bank op basis van de anti-witwas regelgeving zoals de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft). Omdat banken hoge boetes kunnen krijgen, hebben zij hun interne toezicht op klanten aangescherpt. Soms schieten banken daarin te ver door en beëindigen zij de relatie zelfs zonder voldoende concrete aanwijzingen voor strafbare feiten van de klant of wanneer de klant wel redelijk omgaat met informatieverzoeken van de bank. De klant kan dan via een kort geding proberen om de bank te dwingen de relatie voort te zetten. Ook kan het belangrijk zijn om een eventuele vermelding van de klant in het interne of externe verwijzingsregister ongedaan te maken. Opname in zo'n register kan betekenen dat de klant geen of nog maar moeilijk bankdiensten kan krijgen. Aan opzegging van een betaalrekening stelt de rechter nog strengere eisen. In het algemeen geldt dat informatieverzoeken van de bank een voldoende contractuele of wettelijke basis moeten hebben, redelijk moeten zijn en de klant een redelijke reactietermijn moeten geven. In de rechtspraak is uitgemaakt dat de gevraagde informatie alleen mag gaan over de klant zelf of over zijn eventuele grootaandeelhouder (UBO). De bank mag dus niet vragen naar informatie over 'de klanten van de klant'. Als de door de klant verstrekte informatie in de ogen van de bank niet duidelijk is, zal zij de klant nog een redelijke gelegenheid moeten bieden om een toelichting of aanvulling op deze informatie te geven. Tot slot moet de bank de klant eerst duidelijk waarschuwen voordat zij de relatie beëindigt wegens niet-voldoen aan een informatieverzoek.
Een beëindiging in strijd met deze zorgvuldigheidseisen kan vaak met succes worden aangevochten.